Schematische weergave van de dubbele helix (wentelttrap) in DNA.

Schriftelijke bronnen van vóór 1500 zijn schaars. Voor Nederlanders met een allochtone achtergrond speelt dit al voor schriftelijke bronnen van veel latere datum. DNA-onderzoek kan in dat geval een oplossing bieden. Daarbij kan het gaan om het opsporen van vroege voorouders of om het bepalen van de mate van verwantschap tussen nog in leven zijnde personen. Ook in situaties waarbij een schriftelijke bron niet voldoende betrouwbaar wordt geacht, kan DNA-onderzoek waardevol zijn.

DNA-typen

Er bestaan twee typen DNA.  De belangrijkste is het DNA dat zich in de kern van elke lichaamscel bevindt. Dit DNA bestaat uit 23 chromosomenparen. Een daarvan is het zogenaamde geslachtschromosomenpaar. Dit bestaat bij een man uit een Y- en een X-chromosoom en bij een vrouw uit twee X-chromosomen. De overige 22 chromosomenparen tezamen worden de autosomen genoemd (niet-geslachtelijk chromosomen).

Er bevindt zich niet alleen DNA in de kern van een cel, maar ook in de mitochondriën, zij het in veel mindere mate. Mitochondriën zijn organellen die in het plasma van een cel aanwezig zijn. Zij zorgen voor de energievoorziening van een cel. Het DNA in deze organellen wordt mitochondriaal DNA genoemd en kortheidshalve mt-DNA.

Onderzoek op basis van Y-DNA

Op dit gebied is door webmaster Peter van Boheemen in 2007 een eerste stap gezet door deelname aan het landelijke project ‘Zonen van Adam in Nederland’ (zie Publicaties). In 2017 volgde een tweede stap door samen met vier andere mannelijke leden van de familie Van Bohe(e)men te participeren in een onderling vergelijkend onderzoek.

Beide onderzoeken hebben betrekking op het DNA in het Y-chromosoom (Y-DNA). Bij dit type onderzoek wordt geprofiteerd van het gegeven, dat een zoon in principe hetzelfde Y-DNA heeft als zijn vader.  Iedere hedendaagse man zou op grond hiervan hetzelfde Y-DNA moeten hebben als de recentste gemeenschappelijke voorvader van alle tegenwoordige mannen. Deze voorvader die de Y-chromosomale Adam wordt genoemd, leefde 150.000-300.000 jaar geleden in Afrika. Hij was toen niet de eerste en ook niet de enige man, maar wel de enige man waarvan nu nog nakomelingen op de wereld zijn.

Bij het reproduceren van het Y-chromosoom kan echter sprake zijn van een kleine verandering (kopieerfoutje) welke aan nakomelingen wordt doorgegeven. Dergelijke mutaties verklaren, dat tussen hedendaagse families verschillen aanwezig zijn in de samenstelling van het Y-DNA.

De vijf mannelijke familieleden die deelnamen aan het onderling vergelijkende DNA-onderzoek, hebben een gemeenschappelijke voorvader die omstreeks 1760 is geboren. De onderzoeksresultaten geven aan, dat alle vijf deelnemers dezelfde mutaties in het Y-DNA hebben. Het vijftal  is daarmede niet alleen in juridische zin, maar ook in biologische zin familie van elkaar. Tegelijkertijd versterkt het onderling vergelijkende DNA-onderzoek het waarheidsgehalte van de uitgezochte stamboom (en tevens het familiegevoel onder de deelnemers).
Aanvullend onderzoek met deelname van mannelijke familiegenoten uit eerder afgesplitste familietakken kan de juistheid van de stamboom verder versterken. Mocht belangstelling voor deelname bestaan, laat het weten. Dit kan met behulp van het Contactformulier.

Op basis van wereldwijd onderzoek aan humane fossielen is inmiddels voor vele mutaties bepaald waar en wanneer deze plaats vonden. Dit maakt het mogelijk om de route te achterhalen die de nakomelingen van de Y-chromosomale Adam hebben afgelegd.

Webmaster Peter van Boheemen heeft een reeks mutaties (markers) die wordt geclassifeerd als haplogroep R1b-L48. Zijn afstamming van de Y-chromosomale Adam is aangegeven in het navolgende overzicht.

Aan de linkerkant van het overzicht staan de generatienummers van de onderscheiden voorvaderen. De bovenaan vermelde Adam heeft het generatienummer 1.  Gemakkelijkheidshalve wordt verondersteld dat hij, gezien de bandbreedte in zijn geschatte leefperiode, 230.000 jaar geleden In Afrika is geboren. Onderaan in het overzicht wordt webmaster Peter van Boheemen genoemd met het generatienummer 6900. Het nummer 6900 is gebaseerd op de aanname, dat, gemiddeld gezien, in een eeuw drie mannelijke generaties voorkomen. Voor een periode van 230.000 jaar komt dit op 6900 generaties.

Patrilineaire afstamming van webmaster Peter van Boheemen van Y-chromosomale Adam (National Genographic).

Na de Y-chromosomale Adam wordt in het overzicht mutatie P305 genoemd. Deze vond ongeveer 100.000 jaar geleden in Afrika plaats. Het gaat hier om de vroegste mutatie die niet bij alle tegenwoordige mannen voorkomt en daarom als de eerste afsplitsing in de mannelijke stamboom wordt gezien.

De latere mutatie P143 markeert een cruciaal moment. Het is namelijk een mutatie die buiten Afrika optrad. Het gebeurde bij een voorvader die 60.000 jaar geleden in het Midden-Oosten (Saoedi-Arabië e.o.) leefde. Hij behoort tot de groep die kort daarvoor Afrika vanwege droogte verliet en het wild naar groen wordende, noordelijker gelegen gebieden volgde. Vermoedelijk is vanuit het huidige Ethiopië naar het Arabische schiereiland overgestoken.

Tussen 45.000 en 20.000 jaar geleden trokken de voorvaderen, ruwweg gesproken, via Afghanistan, West-China en Kazachstan naar Rusland. Minder dan 4600 jaar geleden is naar West-Europa gemigreerd, gelijktijdig met de verspreiding van de landbouw.  Ongeveer 700 jaar of langer geleden hebben de toenmalige voorvaderen zich gevestigd op de grens van de huidige gemeente Den Haag met de huidige gemeente Westland. Het overzicht eindigt met webmaster Peter van Boheemen die in 1950 op korte afstand daarvan is geboren.

In de nabije toekomst is ongetwijfeld een meer gedetailleerde analyse mogelijk.

Verspreiding van haplogroep R1b-L48 waartoe webmaster Peter van Boheemen behoort (National Geographic).

Naschrift (idem voor mt-DNA)
Twee mannelijke personen die in hun Y-DNA dezelfde reeks aan mutaties hebben, behoren niet per definitie tot dezelfde hedendaagse familie. De meest recente mutatie kan namelijk al duizenden jaren geleden hebben plaats gevonden. Degene waarbij de meest recente mutatie optrad, vormt wel een gemeenschappelijke voorvader. Uit zijn nakomelingen zijn daarna blijkbaar meerdere hedendaagse families voortgekomen.

Zo bleek bij het eerdergenoemde project ‘Zonen van Adam’, dat webmaster Peter van Boheemen dezelfde reeks aan mutaties heeft als een andere deelnemer.  De beider stambomen die tot ca. 1500 teruggaan , kennen echter geen enkele overeenkomst. Een en ander betekent, dat voor het aantonen van een nauwe verwantschap nog een andere aanwijzing (bijvoorbeeld een schriftelijke archiefbron) nodig is, naast een overeenkomst in de reeks aan mutaties in het Y-DNA.

Onderzoek op basis van mt-DNA

Bijzonder is, dat kinderen in hun mitochondriën hetzelfde DNA hebben als hun moeder. Het mt-DNA van een vader wordt namelijk niet doorgegeven.

Bij mt-DNA treden, net als bij Y-DNA, ook af en toe mutaties op.  Hierdoor is het mogelijk om  op basis van mt-DNA de voormoederen van iemand op te sporen. Op basis van mt-DNA kan dus ook worden vastgesteld of een vrouwelijke stamreeks op basis van schriftelijke archiefbronnen ook in biologische zin juist is.

Het mt-DNA van webmaster Peter van Boheemen heeft een reeks mutaties die wordt geklassifeerd als haplogroep H1c. Zijn afstamming van de zogenaamde mitochondriale Eva staat in het navolgende overzicht. Met de mitochondriale Eva wordt, net als bij de Y-chromosomale Adam, de recentste gemeenschappelijke voormoeder van alle tegenwoordige vrouwen bedoeld.

Aan de linkerkant  van het navolgende overzicht staat het generatienummer van de verschillende voormoederen, waarbij de mitochondriale Eva het nummer 1 heeft en de onderaan vermelde webmaster Peter van Boheemen het nummer 8000. Het nummer 8000 is gebaseerd op het uitgangspunt, dat, gemiddeld gezien, in een eeuw vier vrouwelijke generaties voorkomen. Voor een periode van 200.000 jaar komt dit op 8000 generaties.

Matrilineaire afstamming van webmaster Peter van Boheemen van mitochondriale Eva (National Genograhic).

Mitochondriale Eva was indertijd, net als Y-chromosomale Adam, niet de eerste en ook niet de enige vrouw . Zij leefde in de Oude Steentijd in het huidige Ethiopië, Kenia of Tanzania. Ze had vermoedelijk een donkere huid (als bescherming tegen zoninstraling), donker haar en bruine ogen.
Tot de fossielen uit Zuidwest-Ethiopië (195.000±5000 jaar BP) behoort een jonge vrouw met een lengte van 162-182 cm en een gewicht van ongeveer 70 kg. In de buurt van de menselijke botten zijn ook andere fossielen gevonden. Deze geven een idee van de leefwijze langs de rivier de Omo. De mensen aten vissen, vogels en al wat verder aan eetbaars te verzamelen viel in het omringende moeras, grasland of bos. Zij  fabriceerden hun gebruiksvoorwerpen van vuursteen en van de botten van vogels en wilde runderen.
Toentertijd was het in de Omo-vallei veel vochtiger dan nu vanwege de Saalien-ijstijd, waarbij de noordelijke helft van Nederland onder het ijs lag en de Veluwse stuwwallen werden gevormd. De grotere kou in het noorden leidde tot meer regen in Afrika. Het Salien duurde tot ongeveer 126.000 jaar BP.

Onder Eva staat  haplogroep L3 die gekenmerkt wordt door een mutatie die 67.000 jaar geleden in Oost-Afrika plaats vond. Daarna volgt haplogroep N die gebaseerd is op een mutatie die 60.000 jaar geleden optrad nabij de grens tussen Oost-Afrika en Saoedie-Arabië. De leden van haplogroep N trokken, gedreven door droogte in de Sahara, door het bekken van de Nijl naar de Sinaï.

Tot 10.000 jaar geleden verbleven de voormoederen in het Midden-Oosten, waarna Europa is ingetrokken.  Ongeveer 300 jaar of langer geleden is sprake van een vestiging in of nabij de huidige gemeente Leidschendam. Het overzicht eindigt met webmaster Peter van Boheemen die in 1950 op korte afstand daarvan is geboren.

In de nabije toekomst komt ongetwijfeld een meer gedetailleerde analyse beschikbaar.

Verspreiding van maternale haplogroep H1c, waartoe webmaster Peter van Boheemen behoort (National Geographic).

Onderzoek op basis van autosomaal-DNA

Bij een autosomaal onderzoek wordt het DNA  in alle chromosomen geanalyseerd, uitgezonderd de geslachtschromosomen X en Y. Voor ieder mens levert dit een unieke combinatie aan DNA-kenmerken op.

Bij personen die zeer nauw verwant zijn aan elkaar, is sprake van een grote overeenkomst in het DNA-profiel. Echter, hoe verder de verwantschap, des te minder overeenkomst. Deze verwatering gaat snel. Daardoor leent onderzoek op basis van autosomaal-DNA zich (nog) niet voor het aantonen van een verre verwantschap.

Bij een kind is de helft van het autosomaal-DNA afkomstig van de vader en de andere helft van de moeder. Voor eerdere generaties gaat deze regel niet op. Een kind krijgt namelijk van elke grootouder niet 25 % van het autosomaal- en van elke overgrootouder niet 12,5 %. Van de 50% die een vader doorgeeft, kan namelijk 20 % afkomstig zijn van zijn vader en 30% van zijn moeder. Dit is een gevolg van de herschikking van het autosomaal-DNA tijdens het proces waarbij ei- en zaadcellen worden aangemaakt.

De zojuist genoemde herschikking verklaart, dat iemand amper autosomaal-DNA heeft van sommigen onder de 128 voorouders die acht generaties eerder zijn geboren. Onder de voorouders van tien generaties terug is daardoor slechts de helft van de voorouders in het autosomaal-DNA aanwezig. In zijn algemeenheid geldt, dat autosomaal-DNA alleen bruikbaar is voor het zoeken naar voorouders die na 1700 zijn geboren. Het is dan aan te bevelen om dan meerdere familieleden te laten deelnemen, waardoor een verwantschap van meerdere kanten kan worden aangevlogen.

De mate  waarin autosomaal-DNA gemeenschappelijk is, wordt uitgedrukt in het aantal stukjes aan overeenkomend DNA en de totale lengte daarvan, gemeten in centimorgan (cM). Er bestaan tabellen die aangeven hoeveel centimorgan aan overeenkomend autosomaal-DNA mag worden verwachten bij een bepaalde familierelatie zoals bijvoorbeeld een neef of een oudoom

Webmaster Peter van Boheemen heeft zijn autosomaal-DNA nog niet laten onderzoeken. Hij heeft daardoor nog geen ervaring met het langs deze weg checken van bijvoorbeeld de verwantschappen die uit zijn kwartierstaat naar voren komen, en het opsporen van voor hem nog onbekende leden van de familie Van Bohe(e)men.

Onderzoek op basis van X-DNA

Zoals eerder vermeld heeft een vrouw twee X-geslachtschromosomen. Een daarvan is afkomstig van haar moeder en de ander van haar vader. Een vader heeft maar één X-geslachtschromosoom met daarnaast een Y-geslachtschromosoom.

Als een vader zijn X-chromosoom  doorgeeft aan een nakomeling, dan krijgt hij een dochter als nakomeling. Al zijn dochters zullen hetzelfde X-chromosoom hebben. Met onderzoek op basis van X-DNA kan daardoor worden nagegaan of twee vrouwen van dezelfde vader afstammen.

Een moeder geeft niet één van haar twee X-chromosomen door aan een kind, maar een mix van beide X-chromosomen  Twee kinderen van dezelfde moeder ontvangen daardoor niet een volledig identiek X-chromosoom.  Een uitweg hiervoor is, dat twee kinderen van dezelfde moeder wel hetzelfde mt-DNA hebben.

Bronnen:
– Thema DNA op website www.cbg.nl